Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als ze met strakke tronie's en afwezige oogen tafeldienden, dat niemand opletten en luisteren vermoeden kon. Ze wisten altijd en alles wat ze weten wilden .... ze fluisterden nu in de bijgebouwen over wat er was geschied.... ze wisten er al, dat 't Amia was .... die .... Zouden ze dan ook weten, weten, dat zij .... zij-zelf.... Païma had haar gezien dien avond, Païma, de kleine, fleemerig-valsche baboe van Charlotte .... wat wist ze, dat listig-lachende kind .... wat had ze gezien .... en gehóórd?"

„Ze hebben haar, na de bekentenis, met rust gelaten," hoorde ze den dokter antwoorden op William's vraag naar bijzonderheden „het was al laat.... Van Houweningen was óók moe. Maar morgen, dan zal alles wel blijken."

Amelie gluurde, heel voorzichtig, om den hoek. Ginds, bij de piano in schemer-schijn van laaggedraaide, geelomkapte lamp, zag zij ze zitten, allemaal. Wat waren ze bleek, ieder van hen! Nelly snikte telkens opnieuw, nerveus en tranenloos, en Charlotte, tot in de lippen was wit haar strakke gezicht. Amelie kon haar juist aanzien en ze tuurde in spanning naar die bleeke, gesloten lippen, die ieder moment zich openen en haar geheim openbaren konden.

Ze ging na, in haar gedachten, wat ze ooit Charlotte had gedaan, waarmee ze haar had gehinderd, en of ze reden kon hebben, Charlotte, haar te haten.

Maar ze vond niets. Wel eens driftig uitgevallen was ze, maar daaruit zou Charlotte geen wraaklust geput hebben. Want koud en hooghartig was ze — daarom haatte ze haar — wreed niet, slecht niet. En tegen haar kindje was zij, Amelie, toch altijd lief geweest;

Sluiten