Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En hij was den dokter, dien hij zich anders had voorgesteld, dankbaar, dat hij even met 'n gloednieuw tijgerverhaal ieders, ook Charlotte's aandacht, vasthield.

„ . ... in de eetkamer .... 'k bezweer 't jullie ....

in de verlichte eetkamer en rakelings langs mevrouw

Rowley d'r beenen .... de jachthonden achterna, en 't achtererf op."

„En toen?"

„Natuurlijk er vandoor in de rimboe. Ja-god, jelui snapt, 't was geen moed van 't beest.... een tijger

is laf, daar gaat niets van af.... 't was hoe moet

ik 't noemen .... vertwijfeling hij had honger ....

ze zijn fel op honden .... en toen kon m de heele zaak op dat moment om zoo te zeggen niet meer

verd " hij slikte den vloek in, en voltooide effen:

„schelen."

Ze lachten even daarom.

William keek naar den dokter.

„Een leuke kerel," dacht hij, „een goeie, verstandige vent óók. En heelemaal niet wat ze van 'm maken: zoo maar een moppentapper.... ik hou 'm voor 'n

stillen filosoof."

De dokter, opziend van z'n bord, betrapte Williams

blik.

„Wat doe je, Van der Hoeff?" lachte hij, „bestudeer je me?"

Hij leunde achterover in z'n stoel en keek in de lamp.

„Ze hebben daar op datzelfde „Tanbanan"," verhaalde hij langzaam — «dat is toch „Tanbanan , de plantage van Rowley ? — eens een heelen nacht een tijger in den val gehad . ... 's avonds om elf uur was 't beest eringeloopen en 's morgens om zes schoot de mandoer

Sluiten