Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'm dood. Maar niemand heeft er een oog dicht-gedaan dien nacht."

„En waarom schoten ze 'm dan niet direct dood ?"

„In donker ? Kan je denken .... Wie kan er dan zien, hoe zoo een beest erin zit. Mogelijk met één klauw van z'n poot. Daar moet je op voorbereid zijn dat kun je niet wagen, daar moet je 't daglicht voor afwachten. Dan is-ie ook wel uitgeput en kun je zien hoè die erin zit. En voorzichtigheid blijft tóch de boodschap .... jelui snapt, dat zoo'n beest woest wordt, als-ie de lui met geweren op zich ziet afkomen. Dan weet-ie wel, hoe laat of 't is . . .

„Zou-die dat dan begrijpen?"

„En of-ie."

„Och maar," zei Charlotte, met wat meer belangstelling, „die tijgerverhalen .... ik moet eerlijk bekennen .... dat ik ze lang niet altijd geloof.... er wordt hier erg veel tijgerlatijn gesproken, geloof ik."

,,'t Is mogelijk.... 't zal ook wel zoo zijn," gaf de dokter toe, „maar als ik jelui nu's vertel — trouwens De Klerk kent 't verhaal — wat mij voor 'n paar jaar .... een paar jaar, zeg ik .... wat weerga .... 't is al vijf jaar, al ruim vijf jaar geleden .... wat me toen overkomen is . .. ."

Rond de tafel zaten ze nu allemaal in luisterhouding en over 't gelaat van den huisjongen glimpte even een glans van gretigheid. Alleen De Klerk, die't verhaal kende hield een deel van z'n aandacht bij 'n taai en weerbarstig kippekluifje, dat hem telkens weggleed onder mes-en-vork vandaan.

Maar de dokter begon z'n vertelling niet. Uit den duisteren nachttuin kwam de donkere gestalte van den

Sluiten