Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze bleef voor gansch 't hotel de zorgzaam-goede goevernante van de twee moederlooze kinderen.

Dat duurde een heele tijd, de eindeloos-lange winter en niemand lette jn 't bizonder meer op haar. Het elkaar bepraten in een hotel is precies andersom dan in een dorp of kleine stad. Elk nieu w-aangekomene in 'n hotel wordt bebabbeld en besproken, maar eenmaal ingeburgerd, stoort niemand zich aan hem of haar. In een dorp of kleine stad begint het dan eerst recht.

Ook ik dacht niet meer aan de goevernante, ze was n mensch in 't hotel als ik en daarmee uit, zoodat ik zelfs vergat de gewone afscheidsgroet toen ik naar elders ging.

Aan 't eind van 't seizoen, na een lang tussclienverblijf in andere streken, kwam ik in 't zelfde kuuroord, in 't zelfde berghotel terug.

De strak-witte winter was geweken. Het egale sneeuwkleed, waarop bij strenge kou de ijskorreltjes als diamantpunten flonkerden in gouden zonneschijn en dat de bergen omsloten hield in dekor van feeërie, was nu gesmolten en ingekrompen tot enkele gore restjes, die waren gebleven achter heg of huis, in schaduwholte.

Sluiten