Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

erg genoeg als hij 't rechtuit zei. Behalve haar uitzet bracht ze bij 't huwelijk niets mee, — en dat liet hij haar telkens voelen, hij, de welgestelde gofferd, een vijftien jaar ouder dan zij, erg burgerlijk en grof, die met zijn schijven-hebben alles dacht te mogen zeggen. Zeker, 't heele inkomen kwam van hem, maar ze had dan toch haar jeugd gegeven, en ze bracht nog bij haar goede manieren, haar voornamere kennis van 't leven, al had hij daarvan weinig begrip, daarvoor te plategoistisch, een man die alles afmeet en berekent naar zich zelf en zich voorlegt wat 'n vrouw kost als ze zelfs niets inbrengt.

Erg gelukkig werd ze in haar huwelijk met die rijkaard niet, al meende haar familie, al meende de heele wereld, dat zij het zoo had getroffen. Zeker, ze kon zich behoorlijk bewegen, kon zich verzorgd kleeden, hoefde niet precies alles op 'n guldentje af te wegen, maar daarin alleen zat toch niet het geluk. Van de dag af dat hij ernstig aanzoek deed, had ze tegenzin gevoeld, een afkeer die ze toen wegredeneerde door dat mooie woord van goede partij. Diep-in voelde zij zichzelf nu schuldig. Wat bracht ze hem aan in ruil voor dat geld? Niets. Maar hij had ook niets gegeven. Alleen dat geld!

Sluiten