Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar aan, maakte haar onvast ter been. Van harte blij was ze, nu ze boven stond en aanbellen kon.

Ze werd binnengelaten, in de spreekkamer gebracht, waar ze voorkomend door een beambte werd ontvangen, die haar naam en 't doel van haar bezoek vroeg.

Ze toonde haar brief van de dokter, voelde zich gespannen, terwijl hij vluchtig inkeek, wist niet wat deze kille ontvangst moest beteekenen.

— Ja-ja, zei de beambte, 't is in orde, wil u eerst de dokter spreken of uw zoon bezoeken?

— Hij is toch goed? waagde ze te vragen.

— Zeker, de laatste dagen zelfs heel goed

\ oor zoover ik weet, liet hij sleepend erop volgen. Is u niet vermoeid van de reis, niet? 't Is anders een heele zit. Zeker, ze mocht dadelijk door. Hij zou even om de pleegzuster van de verdieping schellen.

Ze nikte op al die vragen en antwoorden, voelde zich stijf en verlegen door die ontvangst en toch weer gerustgesteld. Er bleek zoo heelemaal geen haast te zijn, ?t wees op een ernstig geval zonder nog te zijn opgegeven. Opnieuw zong het door haar heen, dat er nog altijd hoop bestond en dat hij hier nu moest blijven, om te genezen.

't Duurde een poosje voor de zuster kwam. De

Sluiten