Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In wilde sprongen stormde Hec op de vertrekkende trein aan.

Zijn vurige oogen, zijn rosvlamme haren, zijn zwiepende staart zag ze als een enkele drift, een rage, door dolheid bezeten.

In verschrikking wiekte ze heftig met haar beide handen, om hem tot staan te brengen, Maar 't gaf niets, hij holde door.

Zij zag hem nu niet meer, hij moest tusschen de raderen zijn, 't kon bijna niet anders, altijd sprong hij tegen de wielen en wagens op.

Ze rilde van ontzetting.

Wat zou nu gebeuren?

Ze schreeuwde het uit van krampige angst,

en van alle kanten hoorde ze eveneens gillen. Ze hoorde het nu duidelijk, kneep haar oogen toe, als om niets te zien.

Een hond onder de trein tusschen de

wielen.... hij is d'er onder, hoorde ze buiten een luide stem.

De trein gleed zachtjes voort, begon al in sterkere mate aan te trekken, trilschokte voort. De pufstooten van de lokomotief werden al heftiger

Kon ze de trein maar laten stilhouden ? Ze keek naar t noodsein, durfde toch niet eraan trekken,

Sluiten