Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit bangheid zich belachelijk te maken. De trein reed nog harder door; ze voelde het, alsof hij niet één keer maar wel tien keer over de hond heen ging.

Ze stopte de ooren toe, om zijn doodschreeuw niet te hooren. Van angst wist zij geen raad, liep van de eene kant naar de andere, gilde het bijna uit, al kwam geen woord over haar bibberende lippen.

Toen zonk ze op de bank neer, stijf van schrik ; 't was afgeloopen. Ineens schoot voor haar op 't begrip, dat 't niet haar hond was, maar die van hem.... van hem. O, o, dat werd nog 't ergste.

Ze veerde weer op, liep van 't eene raampje naar 't andere. Niets merkte ze, niets hoorde ze, zelfs niet zijn schreeuw! Ze trok nu een raampje neer, ze moest zien, moest weten.

Van 't al verre stationnetje zag ze armgewiek, hoorde ze verwonderingskreten. Ze twijfelde niet of 't betrof Hec, middendoor gereden. Van ontsteltenis durfde ze niet kijken, draaide 't hoofd de andere kant uit. Maar nu sprak ze zichzelf moed in, keek naar achteren.... Was 't mogelijk....? nee, 't kon niet Maar 't was toch

zoo .... daar stond Hec!

Tranen van geluk stroomden haar over de wangen. Warempeljes, daar stond-ie midden tus-

Sluiten