Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Hou je mond maar.... 't is nou al mooi genoeg!

Zij zweeg.

De tranen drongen haar naar de oogen. Al 't mooie, 't dolle opofferende van zoo'n hond, waarover ze van middag napeinsde, wemelde voor haar op, en bij zijn ruw verwijt, voelde ze sterk zijn dorre hardheid, die ze nooit zou kunnen verweeken.

— Nou nog huilebalken ook.... nee, dat mankeert er maar aan! zei hij grof.

Zij veegde haar tranen al af, maar hij stond op, ging zonder naar haar om te kijken de kamer uit, trok de deur achter zich toe.

't Ontlastte en pijnde haar tegelijk. Ze was niets in zijn leven, was te week en te gevoelig voor een man als hij. Waarom kon ze ook niet zoo zijn,

maar ze kon 't niet 't was verkeerd van haar,

ze moest niet huilen, daar kon hij niet tegen!

Ze hoorde hem door de gang loopen. Nu wilde ze naar hem toegaan, hem laten zien dat ze zich over haar gevoeligheid heenzette en vragen of hij vroeg thuis kwam, om hem geen reden te geven van avond lang in de soos te blijven.

Maar nog voor ze daar aan toekwam, krakte

Sluiten