Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om hier weg te komen spookte teveel in haar en elk gewisseld woord hield maar op. Ze liet de zeiltjes voor de kooien terugzakken, dan hadden ze licht en lucht en toch bedekking, - en de beesten vleiden zich weer gedwee achter de ijzeren staafjes. Alleen Mark, de hond van haar man, blafte door, hield de anderen wakker.

— Koest, koest Mark!

, Maf &af met- hond bleef bassen en t geluid klonk straf als een lange bel over 't gansche plein, t Ergerde haar, want 't maakte de boeren opmerkzaam; ze wilde weg zijn voor die kwamen. Wat talmden toch die mannen!

De paarden raakten eindelijk yoorgeapannen. Hmver-koud van de kille morgen stond lieten ze de koppen sullig hangen, in gelaten wachten tot ze het bekende hu-en-vort zoüen hooren.

, De leidseIs werden nu gegrepen, haar man nam t eerste span, Pierre kreeg de tweede wagen, —

en Jean hielp mee om de wielen aan te zetten, en m gang te brengen. Al de beesten begonnen geweld te maken en de kakatoe gilde fel boven alles uit. In zwaar gerij reden ze de dorpstraat door. Zerlme volgde met de witte bokjes, waarvoor ze geen hokken hadden.

Sluiten