Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als hij geen grand seigneur kon spelen, voelde hij weinig voor student-zijn. Ingenieur-worden was heel mooi, maar kontinueel te blokken en te werken, échekjes te loopen, verantwoordelijkheid op zich te nemen, kortom te doen, zooals ieder ander moet doen in 't leven, dat leek hem niet aanlokkend, gaf geen hoogere bestemming dan als zoon des huizes van de kleine revenuen te leven.

Zoo op „den buiten", in Zeeuwsch-Vlaanderen, niet te ver van Antwerpen, Gent en Brussel, met behoorlijke verzorging, zakcenten om biertjes te koopen, de Gazette te lezen, als libertijn op de heeroomes, op de zwartrokken te schimpen, aan politiek te doen, en te rederijken in de societeit der Melomanen, kon hij 't best stellen, de hem overblijvende tijd nog bestedend aan kleine liefdesgeschiedenisjes en scharrelarijtjes. De geheele kontrije had hij al spoedig afgevrijd — en moeder, die zich eerst bevreesd maakte, dat hij als student 'n gekke streek mocht uithalen, voelde zich weer beangst voor deze kapriolen. Toen kwam ze op de gedachte haar nichtje Gabriëlle, dochter van haar overleden zuster, die net van pensionnaat thuis en een kapitaaltje van haarzelf meebracht, aan Henri uit te huwelijken. Wel vond ze haar zusters kind, dat

Sluiten