Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

duidelijk werd, 't haar doorschokte, dat ze spoedig ging sterven. O, dat werd nog de eenige uitkomst, die overbleef en kans gaf op beteren. En in angst voor de dood, angst voor 't geschonden, gewrongen leven dat ze achterliet, riep ze nu beiden bij haar in uiterste verschrikking, smeekte:

— Beloof me, dat je goed met elkaar zult leven, beloof het je arme moeder. Tk kan anders niet sterven.

Die twee staarden geheel verwonderd, begrepen het niet, dachten aan verbijstering.

— Maar moeder, we zijn toch altijd goed voor elkaar geweest, prevelde Henri.

— We waren nooit, wat je noemt kwaad, zei ook Gabrielle kalmeerend.

— Nee, niet wat je noemt kwaad maar niet goed ook. O God, 't zelfde leven als tusschen mij en je vader!

— Maar moeder, ....

— Nee, 't is zoo! Beloof me, dat je elkaar lief zult hebben.

Ze richtte zich op in bed, keek smeekend, gezichtverwrongen, naar haar kinderen.

Dat was nu wel het ergste denkbaar. Die kinderen zagen zelf niet meer hoe diep ongelukkig

Sluiten