Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dacht hij met wagen-en-al te branden. In angstaanval herinnerde hij zich 't kind .... W0U het grijpen, dan eruit springen, maar gelijkertijd duwden zijn handen 't blad op de vlamming, en nu was ook de vlam bedwongen. Hij stond zelf ervan verstomd. Waar waren z'n hersens? Dat was om brand te stichten!

In 't fornuisje brandde en snorde het nu geweldig. Door 't stompje pijp knetterde en knisterde het, alsof 't ronde ding vol elektriciteit zat. 't Werd n lust om te zien, wel lekkertjes om te hooren. t Was of de wagen ervan trilde. Als nu maar geen veldwachter kwam; want zelfs in de zwaarste mist zag je de vonken van verre al.

t Kind bedaarde door 't zien van de felle vlam nu ook, drensde en dreinde maar heel flauwtjes, m kleine kreunkermpjes. Nauwelijks durfde hij ernaar kijken, uit vrees, dat het weer erger be<*on en verroerde zich niet. Heel langzaam begon°nu' de rook te slinken, maar de bittere nadwalm bleef, prikkelde door tot in de keel. Zonder veel gerucht zocht hij de droogste stukjes hout bijeen, lichtte < e < eksel op, die dadelijk weer n vuurgloed gaf stopte wat sintels en 'n korte turf bij, en in dié vuurspoog zag hij z'n eigen kop titanisch, zich

Sluiten