Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Haar plaats naast hem was leeg en de wagen was leeg, en de slag die hem trof knauwde hem nog sterker dan hij dacht, knauwde hem geniepig, tot in zijn krachten. Waar zou hij voor 't arme wicht een hulp vinden, een meisje, een vrouw, die er voor wilde zorgen? Er stond vóór hem een lange herfst en een nog langere winter, 't duurde nog een heele tijd voor er op kermissen weer kwam te verdienen.

De oogen naar de grond, in schuwe angst voor t felle licht en voor de meewarig-nieuwsgierige menschen, die hem nog wat in de handen duwden nu hij 't dorp doortrok, strompelde hij met zijn wagen verder, de wagen waarin 't kind lag, dat hij met zijn dorre handen niet kon helpen.

Sluiten