Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij, die nog best kon genezen, ging nu heen, en hij, de arme jongen, reeds ter dood opgeschreven, bleef achter.... alleen. Ze kon zich niet inhouden, liet zich op de bank terugvallen, barstte los in tranen, die blank drupten op de roze roosjes en parelend erop beefden. Nu de trein voortstoomde en zij haar tranen inslikte, doorneep haar het schrijnend besef van teringlijderes te zijn zonder middelen om te genezen. Al het medelijden voor de meer welgestelde jongen, die wel kon blijven maar niet genezen, verzonk in de eigen, troostelooze toestand, waarin een gedienstige hand zoo gemakkelijk verandering zou kunnen brengen. Maar daarop mocht ze niet rekenen; zij behoorde tot een stand, die niet in beklag, ook weinig hulp van anderen in uitzicht had. Haar bleef niets over dan het zelfbeklag en 't pijnlijk weten, dat ze niet zou genezen door gemis aan geld.

Sluiten