Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wanneer de autoriteit, zij het een militaire, zich volkomen onder de wet stelde, die voor alle staatsburgers geschreven is. Waarom zou de cantine niet evengoed moeten voldoen aan de eischen betreffende licht, luchtverversching en ruimte als het burger-café? Waarom zou er niet even goed vergunningsrecht voor worden betaald ?

Die vragen zijn des te klemmender als men in art. 8, le lid, no. 2 en 3 den verkoop van sterken drank onmogelijk ziet gemaakt in een localiteit voor den openbaren dienst in gebruik of in een huis, toebehoorende aan het Rijk, eene provincie, eene gemeente of een waterschap.

Men overwege al deze zaken eens goed bij een herziening der wet.

Artikel 4.

1. Het aantal vergunningen, uitgezonderd die voor den verkoop in logementen alleen aan logeergasten, mag niet meer bedragen dan:

in gemeenten met meer dan 50000 zielen, 1 op 500 inwoners;

in gemeenten met meer dan 20000 en ten hoogste 50000 zielen, 1 op 400 inwoners;

in gemeenten met meer dan 10000 en ten hoogste 20000 zielen, 1 op 300 inwoners;

in de overige gemeenten 1 op 250 inwoners;

een en ander met dien verstande, dat toeneming der bevolking geen verlaging van het maximum meebrengt.

2. Door Ons kan, te beginnen in 1905, daarna in 1910 en vervolgens eveneens om de vijf jaren, op voorstel van den gemeenteraad, Gedeputeerde Staten gehoord:

le. voor eene gemeente eene verlaging van het maximum der vergunningen worden vastgesteld;

2e. worden bepaald, dat in eene gemeente door burgemeester en wethouders vergunningen, en voor zoover art. 1, tweede lid, van toepassing is, die voor den verkoop, bedoeld aldaar onder letter a of letter a en b, niet meer verleend mogen worden;

Sluiten