Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nen, die, zij het op onwettige wijze, in een bestaande behoefte zullen trachten te voorzien. Dit klemt te meer als we zien dat de wet geenerlei beperking oplegt aan de verspreiding van localiteiten met verlof. Ten opzichte van de vergunningslocaliteiten is in art. 7 voor de gemeentebesturen alle recht en vrijheid voorhanden tot beperking.

Noemen wij thans eenige gevolgen, dan zal blijken dal de vrijheid hier en daar tot bandeloosheid is misvormd. Als men een voorbeeld wil weten omtrent art. 7, le lid, no. 1 en 2 dan vrage men eens op de gemeenteverordening van Baarn. Als men daarbij weet hoe de inrichtingen met vergunning reeds verspreid waren toen de verordening werd aangenomen, zal men tot de overtuiging komen dat de verplaatsing der zaken in het vervolg bijna uitsluitend beperkt is tot de kom der gemeente, die juist wel eenige ontlasting van vergunningszaken noodig heeft.

Maassluis geeft een sprekend voorbeeld voor het misbruik dat van no. 3 van het le lid van art. 7 gemaakt kan worden. Daar werd tegen de meening van den burgemeester, tegen het advies van den commissaris van politie, met een kleine meerderheid een verordening vastgesteld betreffende de sluiting van tapperijen en slijterijen, die later zeer duidelijk ondoeltreffend bleek, die bovendien tot groote onbillijkheid aanleiding gaf, omdat van de sluiting sommige inrichtingen werden vrijgesteld. In weer een andere gemeente veranderden vele gewone tapperijen in logementen, onder adhaesie van de overgroote meerderheid der ingezetenen, enkel en alleen om aan den druk van zulk een verordening te ontkomen.

In Harderwijk worden de vergunninghouders als 't ware

Sluiten