Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12'. wanneer de verzoeker van één of meer rechten, vermeld in art. 28 van het Wetboek van Strafrecht, bij rechterlijke uitspraak is ontzet, zoolang het gemis van dat recht ten gevolge

van die ontzetting voortduurt;

13°. wanneer de verzoeker of het hoofd van het gezin, waarvan hij lid is, tot het plegen van ontucht gelegenheid biedt, of oo in ander opzicht van bekend slecht levensgedrag is;

14°. wanneer binnen de laatste vijf jaren eene vroegere vergunning, den verzoeker verleend, werd ingetrokken volgens art.

28'l5\ wanneer zij wordt gevraagd voor eene localiteit, *aarln eene andere winkelnering of het bedrüf van kaPPer of bar*f' wordt uitgeoefend, loten worden verkocht in de Nederlandsche Staatsloterij of in eene andere loterij, of voor eene localiteit, ie met zoodanige localiteit binnenshuis gemeenschap heeft.

Onder andere winkelnering wordt, behalve voor zooveel betreft eene vergunning voor den verkoop bedoeld in art 1, tweede1> . letter b, niet verstaan het bedrijf van restaurateur, logement-, gtal-, biljart-, open-tafelhouder en dat van den houder van een

verlof, als bedoeld in art. 34. .

16° wanneer de verzoeker, of de bewoner van het huis, waarin hij sterken drank in het klein wenscht te verkoopen, tolgaarder brugwachter, brugwaker, sluiswachter, sluismeester, sluisknecht, scheepsbevrachter, stevedore of sleepagent is, of wanneer de verzoeker eenig openbaar ambt bekleedt.

17". wanneer bij de aanvrage eener vergunning ingevolge art. 5, tweede lid, blijkt, dat een der beide vergunningen, waarvan afstand is gedaan, stond ten name van den verzoeker;

18° wanneer de verzoeker is de tusschenpersoon voor iemand, die in een der onder nrs. 10-14, 16 en 17 vermelde gevallen

'ÏTen aanzien van eene vergunning, welke ingevolge art 15 en voor de localiteit, waarin de overleden echtgenoot het bedrg uitoefende gevraagd wordt, komt het bepaalde in het eerste lid, nrs 3—8, 15, 16, 18, voor zooveel nr. 16 betreft, slechts in aanmerking, voor zoover het kracht van wet had op het oogenblik, dat de vergunning aan den overleden echtgenoot werd verleend, tenzij reeds vóór zijn overlijden het bedrijf werd uitgeoefend in overeenstemming met de in die bepalingen verva

eischen.

Sluiten