Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijzonder fraai is ook de uitvinding van het verbod, belichaamd in art. 8, no. 9. Een vennootschap kan geen vergunning krijgen, een combinatie als de gebroeders, de erven, etc. ook niet. De verzoeker moet zijn één physiek persoon. Ook alweer: wering van het drankkapitaal. Maar de wet zelve, en, bij de behandeling er van in de Tweede Kamer, de Regeering, geven heel duidelijk aan hoe het kapitaal geholpen moet worden. In art. 26 wordt gesproken van een vergunning ten name van een persoon, die „het bedrijf zal uitoefenen in een lokaliteit, welke deel uitmaakt van een inrichting voor maatschappelijk verkeer." En toen art. 8, no. 9, in de Kamer behandeld werd, wees de Regeering er op dat groote inrichtingen altijd langs dezen weg de vergunning weer zouden kunnen krijgen, als zij te loor ging. Met het oog hierop heeft men vrij zeker ook art. 8, no. 18, zóó geredigeerd, dat no. 7 van dit artikel ongenoemd bleef.

Bij de behandeling van een amendement-Rink c.s. om dit no. 9 van art. 8 uit de wet te doen vervallen, staakten de stemmen. Het ware beter geweest, als men zich, zij het met één stem meer, er vóór had verklaard, want heel wat last, evenals bij de bespreking van no. 7 is aangetoond, ware dan vermeden. En geen enkel voordeel wordt bereikt. Nu wist men nog precies wie het bedrijf uitoefende, hoeveel vergunningen het lichaam had; nu gaat alles schuil; en juist dit wilde men voorkomen. Een fraaie politiek naar den schijn; maar meer dan schijn is het heelemaal niet.

Bij no. 13 past een enkel woord. Bij de behandeling der wet heeft men reeds er op gewezen, dat de definitie vrij vaag was; men heeft toen ook getracht iets beters in de wet te krijgen. De ondervinding toonde sedert

Sluiten