Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als de oude wet bevatte in art. 4, tweede lid, inderdaad noodzakelijk is.

Trouwens de gemengde winkelnering, zooals die iiu nog bestaat in zeer vele zaken, nu wel niet in de allergrootste steden, maar toch wel in gemeenten van beteekenis als Middelburg, Breda, Leiden, etc., etc., en waar de voorwaarden in acht genomen moeten worden van art. 55, tweede lid, zal behouden moeten blijven.

Tot 1 Mei 1904 heeft men in het geheel niet bemerkt tot welken last, welke schade men komt, als de verlenging, waarvan art. 55, tweede lid, spreekt, niet meer mogelijk is. Nu echter, sinds de nieuwe wet in werking is, zit men er duchtig mee geschoren. En het is toch een feit, dat deze zaken in het geheel geen kwaad stichten. De meest nette en flinke winkels hebben annex de slijterij in gedistilleerd en wijn. Voor de opvolgers in die zaken, wordt zoo'n toestand niet langer getolereerd. Wanneer zal men toch eens de wet in overeenstemming brengen met de werkelijkheid, die niets onbehoorlijks heeft? Wanneer zal men nalaten tot schade, last en geknoei aanleiding te geven in wetten, die gemaakt worden zonder met de eischen van behoorlijke toestanden rekening te houden. Het wordt waarlijk tijd!

Dit klemt te meer sinds in October 1906 de Hooge Raad een arrest gaf, waarbij een vonnis der Zwolsche Rechtbank werd vernietigd, bij welk laatste een herbergier te Heinoo ontslagen was van rechtsvervolging, ter zake van het in zijn gelagkamer, welke binnenshuis gemeenschap had met een lokaliteit waarin andere winkelnering werd uitgeoefend, hebben van opengebroken flesschen en karaffen in strijd met art. 55 der nieuwe Drankwet.

Sluiten