Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

na 1 Mei begon, zijn zaak kunnen overplaatsen. Het argument is dus niet anders dan een vogelverschrikker; bekijkt men de zaak goed, dan is er niets waarvoor vrees behoeft te bestaan en de heele beperking kan vervallen. En met dit vervallen van het tweede lid, zal het artikel reeds zeer veel verbeterd zijn. Want nu brengt het voor velen, wier huur b.v. tot 1 November of 1 Januari loopt, in het geheel niet de verbetering, die de wet bedoeld heeft. Stel dat een huurder tot 1 Januari een huis in huur heeft, dat eigenlijk veel te duur is, maar dat hij heeft moeten huren tegen dien prijs onder de oude wet omdat zijn broodwinning er mee gemoeid was. Hij vraagt vermindering van huur, maar zijn eigenaar is er niet toe te bewegen; deze verlangt denzelfden huurprijs en denzelfden langen huurtijd, b.v. een verbintenis voor 5 jaar. Wat moet de huurder in zoo'n geval doen? Niet inhuren, niet toegeven aan zulke eischen? De vergunning met 1 Mei naar een ander perceel overbrengen? Maar dan loopt hij kans de vergunning ingetrokken te zien op 2 April b.v., omdat hij er drie maanden lang opzettelijk geen gebruik van heeft gemaakt. Het is waar, dat het de vraag hier wel is of in zoo'n geval eigenlijk van opzet van de zijde des huurders sprake is; doch de oplossing afwachten van zulke vraagstukken is een heel riskant werkje voor een vergunninghouder. In Friesland schijnt de huur der perceelen van 1(5 Mei tot 15 Mei daaraanvolgende te loopen. Hier is dus wijziging zeker een noodzakelijk iets.

Een ander voorbeeld: een vergunninghouder, die in zijn eigendom woont, kan heel voordeelig zijn perceel verkoopen aan iemand, die van dit en omliggende perceelen een groot gebouw wil doen worden, b.v. een groot kleedingmagazijn, een bazar of iets dergelijks.

Sluiten