Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikei, 27.

1. Van verbouwing of herbouw van eene localiteit, waarvoor eene vergunning is verleend, wordt uiterlijk ééne maand vóór het einde van het vergunningsjaar, waarin de verbouwing of de herbouw is aangevangen, onder overlegging van het plan kennis gegeven aan burgemeester en wethouders, of, voor zoover betreft een logement, waarin de verkoop alleen geschiedt aan logeergasten of de localiteit van eene societeit, aan Gedeputeerde Staten.

2. Van verandering van eene localiteit of van haar oppervlakte geschiedt vermelding in de akte van de vergunning en op het afschrift bedoeld in art. 32, eerste lid.

3. Van de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, wordt op verzoek een bewijs van ontvangst uitgereikt, vermeldende den dag, waarop zij is geschied.

Een der meest verbeterende bepalingen ten opzichte der oude wet is wel dit art. 27. De onbeperkte uitbreiding eener zaak is er door in de wet vastgelegd. Maar waarom moet nu weer zoo'n goed artikel zoo dwaas geredigeerd zijn, dat een verbouwing, begonnen in de maand April, op een intrekking der vergunning moet uitloopen? Immers van de verbouwing moet uiterlijk vóór 1 April van het vergunningsjaar, waarin de verbouwing of herbouw is aangevangen, kennis worden gegeven. Volgt men dit voorschrift van art. 27, le lid, niet op, dan moet, volgens art. 28, 3e, de vergunning door B. en W. worden ingetrokken. Er kunnen zich, na brand b.v., omstandigheden voordoen, dat een herbouw zoo spoedig doenlijk, ook in April aangevangen moet worden. Bij een herziening zal men dus wel doen de redactie van dit artikel te wijzigen, zóó dat zoo'n toestand niet behoeft voor te komen.

Sluiten