Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lid, voor zoover deze bepalingen strekken ter voldoening aan het bepaalde in art. 9, tweede lid, 4°., wordt gehandeld, of niet voldaan wordt aan het bepaalde in art. 32, laatste lid.

Voor de bepalingen, overgelegd ingevolge art. 2, vijfde lid, treden gewijzigde bepalingen voor de toepassing van no. 7 slechts in de plaats, indien zij binnen eene maand na haar vaststelling aan Gedeputeerde Staten zijn overgelegd.

8e. wanneer een schriftelijke, door den houder der vergunning onderteekende verklaring wordt overgelegd, dat deze afstand doet van de vergunning.

Bij dit artikel zal men meer te redresseeren hebben. Want het tegenwoordige geeft tot veel onbillijkheden aanleiding.

No. 2 dwingt den vergunninghouder, die een vervanger heeft, zelf het huis te bewonen, waarin hij vergunning heeft. Is hij langer dan drie maanden achtereen buiten noodzaak er niet in woonachtig geweest, dan is het met de vergunning gedaan. Van deze strenge bepaling zijn, behalve die in liet tweede lid genoemd, uitgezonderd alle vergunninghouders van vóór 1 Jan. 1904, stationskoffiehuishouders, alle die onder een of andere vennootschap of firma zaken doen (artt. 66, 67 en 68). In dit opzicht heeft men dus al dadelijk tweeërlei rechtsstanden geschapen. En hierom alleen reeds zou men verstandig en billijk doen de bepaling te schrappen. Maar er is meer.

In art. 28, no. 2, staan de woorden «buiten noodzaak". Die kunnen een zeer elastische uitlegging verdragen ; ze kunnen even goed tot een zeer beperkte beteekenis teruggedrongen worden. Alzoo zijn ze weer als 't ware voorbereid tot de meest willekeurige handelingen aanleiding te geven. En in dit opzicht is de Drankwet zóó leerrijk, dat men bij eenigen twijfel stellig tot de schrapping moet overgaan, als men de wet verbeteren wil.

Sluiten