Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men sprak ook hier van schuilgaan van den vergunninghouder achter den zetkastelein, toen de wet werd voorgesteld, tot verdediging van deze bepaling. Maar hoe kan dit mogelijk zijn, waar op de deur de naam moet staan van den vergunninghouder, in de zaal de akte moet hangen, enz. ?

No. 3 van art. 28 bespraken we reeds eenigszins bij art. 27. Het is weer een van die doodvonnissende bepalingen, zooals de Nederlandsche wetgever ze alleen in de Drankwet heeft neergelegd. Bij een verzuim, betrekkelijk toch gering en van weinig beteekenis, wordt de broodwinning vernietigd, de zaak gedood.

Waarlijk, men had ook hier heel goed een boete kunnen stellen als straf op de overtreding. In elk geval zou het toch niet te veel gevergd zijn, zoo de autoriteiten een aanmaning aan de intrekking vooraf moesten laten gaan.

Ook no. 4 zal men goed doen anders te redigeeren, zóó dat de bedoelde beteekenis er beter door uitkomt. Die bedoeling is geen andere geweest dan dat de vergunning zou ingetrokken worden, wanneer de zaak drie maanden achtereen door den houder der vergunning opzettelijk gesloten is geweest. Met deze interpretatie stemmen beslissingen van Ged. Staten van Noord-Holland en ook het Kon. Besluit van 6 Jan. 1906 (Staatsbl. no. 2) overeen. Maar toch zijn er op heden nog heel wat slachtoffers van een andere uitlegging der wet; die slachtoffers zouden niet gevallen zijn, als de wet anders, duidelijker had gesproken. En men voorkome dus bij een wetsherziening meer ongelukken. ')

') Nadat we dit in Juni 1906 geschreven hadden, versoheen in November 1906 het wetsontwerp tot herziening van art. 28, no. 4, dat aan de hier genoemde bezwaren volkomen tegemoet komt.

Sluiten