Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6°. hij, die:

(i. in eene localiteit, waarvoor eene vergunning voor den verkoop, bedoeld in art. 1, tweede lid, letter b, is verleend, sterken drank anders dan op de wijze, omschreven in art. 1, vierde lid, in voorraad heeft;

b. in zoodanige localiteit sterken drank anders dan op de wjjze, omschreven in art. 1, vierde lid, verstrekt;

c. in zoodanige localiteit het drinken van sterken drank toelaat;

d. in eene localiteit, die met zoodanige localiteit gelijkvloers of op dezelfde verdieping is gelegen en binnen's huis gemeenschap heeft, sterken drank verstrekt aan anderen dan aan zijne huisgen ooten ;

e. in eene localiteit, als bedoeld in letter d, toelaat het drinken van sterken drank door anderen dan zijne huisgenooten;

7°. hij, die in eene localiteit, waarvoor een verlof is verleend, sterken drank aanwezig heeft of in eene localiteit, die met zoodanige localiteit binnenshuis gemeenschap heeft, sterken drank in voorraad heeft;

8°. hij, die in eene localiteit, waarvoor een verlof voor den verkoop uitsluitend van alcoholvrijen drank is verleend, alcoholhoudenden drank, anderen dan sterken drank, in voorraad heeft;

9°. hij, die in een logement, waarvoor geene andere vergunning is verleend dan eene voor den verkoop alleen aan logeergasten, eterken drank in het klein verkoopt of in het klein te koop aanbiedt aan anderen dan hen, die naar redelijk inzicht als logeergasten in dat logement zijn te beschouwen;

10°. hij, die in een localiteit, waar sterke drank in het klein verkocht wordt, op eenigerlei wijze aan koop van dien drank een kans op winst verbindt;

11°. hij, die in zijne woning of zijne localiteit eene der handelingen, in de vorige nummers, met uitzondering van nr. 6, letter c en e, omschreven, toelaat, voor zooveel betreft de in de nrs. 5, 6, 7 en 8 omschreven handelingen, alleen voor zoover degene, die deze pleegt, een lid van het gezin of in zijnen dienst is.

2. Indien tijdens het plegen van de overtreding, omschreven in het vorig lid, nog geen twee jaren zijn verloopen, sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens eene dier overtredingen of wegens overtreding van art. 252, 2°. of 3°. van het Wetboek van Strafrecht, onherroepelijk is geworden of de opge-

Sluiten