Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Administratief of strafrechterlijk gewogen maakt dus soms een groot verschil.

Abtikel 52.

Hij, die bij gelegenheid van eene voor hem of voor zijn lastgever gehouden openbare verkooping, verhuring of verpachting den kooper of gegadigde in staat stelt, kosteloos sterken drank te gebruiken, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie weken of geldboete van ten hoogste honderd gulden.

Hier kent men geen recidive, die hechtenis ten gevolge moet hebben. Vergelijkt men de strafbepaling op overtreding van art. 46 gemaakt (art. 51) en van dit art. 52, dan komt men stellig tot de overtuiging, dat de staatsburger lang niet bij de wet met dezelfde maat wordt gemeten. Wij voor ons toch vinden een overtreding van art. 52 ernstiger dan van art. 46, en wij maken ons sterk, dat zeer velen dit met ons eens zullen zijn. Maar de wetgever scheen dit niet in te zien. Of is men er maar wat losjes over heen geloopen ?

Artikel 53.

1. Met geldboete van ten hoogste honderd gulden wordt gestraft de overtreding van elk der bepalingen van art. 32 of art. 41,

2. Indien de vergunning of het verlof is verleend aan eene vennootschap onder een firma of eene naamlooze vennootschap of een zedelijk lichaam of aan het bestuur van deze, zijn voor de hierbedoelde overtredingen aansprakelijk degenen, aan wie de verkoop van drank is opgedragen, en bij gebreke van zoodanige personen, de beheerende vennooten of bestuurders.

Het is wel aardig op te merken, hoe het voorschrift van art. 63, 4e lid, — ten opzichte van de bijzondere vergunningen — geheel zonder strafbepaling bestaat. De Haagsche kantonrechter heeft ten allen

Sluiten