Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet ontnomen is door den wil van huurder of eigenaar.

Wat is het geval, als de vergunning wordt overgeplaatst door den huurder? Men zou zeggen, dit is de meest nadrukkelijke manier om den localiteiten de vergunning te ontnemen, ten einde die te geven aan een andere localiteit. Trouwens, dit stemt overeen met de bedoeling der wet: de verspreiding der vergunningen.

Evenwel naar we vernemen, denken Ged. Staten van Noord-Holland er anders over. Verplaatst B, die in 1890 de zaak kocht, zijn vergunning van het centrum der stad, waar men al te dicht op elkaar zat, naar een der buitenwijken, waar de vergunning in een bestaande behoefte voorziet, dan komt A, die in 1881 in de locateit tapte en in 1890 zijn zaak overdeed, in 1906 terug en krijgt nog eens vergunning. Het centrum, waar de vergunningen op elkaar zaten, is niet met één ontlast; integendeel: voor de oude zaak, die bestaan in de nieuwe buurten zoekt, is een nieuwe teruggekomen, die met frisschen moed aanvangt.

Welk een schoone wet, die zulke vreemdsoortige interpretaties mogelijk laat. Want hierop komt onze bewijsvoering met voorbeelden neer: de wet inoet door andere redactie verduidelijkt worden, ook wat art. 55, eerste zinsnede, betreft.

Art. 55, eerste lid, letter b, is aan een fout onderhevig, die bij een herziening wel goedgemaakt dient te worden, voor zooverre zulks nog mogelijk is.

De Regeering kan met deze fout niet onbekend zijn, want er is reeds op gewezen, en wel in een uitvoerig rekest door de vereeniging „Vergunning", zoodia ze gemaakt is. De wet luidde in ontwerp eerst zóó, dat de slachtoffers der Noodwet, zij die de vergunning van

Sluiten