Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

.wijnhandelaar" in: „wijnhandel" en de argumentatie houdt steek. Nu echter niet.

Te meer ook klemt dit, als men bedenkt, hoe nauwkeurig de tijdsbepaling is in art. 57. Hoelang het voorrecht duurt, hangt precies af van het woordje: „zoolang". Gaat het crediet een oogenblik verloren, dan is het voorrecht verdwenen. Ook gaat het voorrecht te loor, zoo spoedig anders dan omschreven is wordt verkocht.

De zaak is niet met een beslissing bij Kon. besluit te regelen: de strafrechter is de aangewezen man om de zaak uit te leggen en zoolang de Hooge Raad geen arrest over dit artikel heeft gegeven, ligt de beteekenis er van niet vast. Men moet daarbij in het oog houden, dat bij het uitlokken van een rechterlijk oordeel, een ongunstige beslissing misschien het verloren gaan van het privilegie van den veroordeelde beteekent. Wie waagt zich hieraan? En als men dit bedenkt, moet men weer dubbel zich ergeren aan de strenge bepalingen der wet, die maar dadelijk van vervallen en intrekken der vergunningen en voorrechten rept. Waar de wetgever streng wil zijn, zij hij althans ontwijfelbaar duidelijk. Dit wordt door dit artikel stellig geleerd.

Artikel 58.

1. Het bepaalde in art. 1, tweede lid, geldt in eene gemeente, waar het van toepassing is, niet voor eene vergunning, welke vóór 1 Mei 1904 verleend is voor eene, voor het publiek toegankelijke localiteit.

2. Die bepaling wordt evenwel van toepassing, indien ingevolge art. 25 in de akte van de vergunning en in het afschrift daarvan eene localiteit in een ander huis wordt vermeld, of de oppervlakte der localiteit, vermeld in die akte en in dat afschrift, door verbouwing of herbouw met meer dan twintig ten honderd wordt vergroot.

Sluiten