Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deels niet aan. Men gaf de boodschap, dat men later maar toepassing van art. 25 moest vragen. Het bestaand recht, de zaal, die niet in de akte was opgenomen, te gebruiken zonder sterken drank te verkoopen, bleef tot 1 Jan. 1906 mogelijk, bij de wijziging van art. 65 tot 1 Aug. 1906. Maar toen was het uit. En vóór dien tijd moest men zorgen de akte gewijzigd te krijgen. De eischen van het Kon. Besluit van 1 April 1905 waren al heel mal. Het besluit van 7 Febr. 1906 wijzigde en verzachtte veel. Maar toch is het voor vele localiteiten onmogelijk er aan te voldoen. Dispensatie kan weliswaar in vele gevallen, niet eens in alle gevallen, door den Minister van Binnenl. Zaken gegeven worden. Maar de practyk bewijst, dat ze niet altijd gegeven wordt, wat weer schijnt te liggen soins aan ongunstige adviezen der gemeente-autoriteiten (waarbij maar weer al te dikwijls persoonlijke zaken tusschen den belanghebbende en dezen of genen ambtenaar in het spel zijn), dan weer aan de meening der Inspectie, die ook vaak van bekrompenheid getuigt. Zoo wilde deze niet weten van opneming van een te lage localiteit in een zaak, uitsluitend groothandel, dus slijterij betreffende, in een gemeente waai geen splitsing bestond. Ware er wel splitsing geweest, dan had men aan geenerlei eisch te voldoen gehad. In het kort saamvattende: de bestaande rechten zijn, trots de goede bedoeling van den wetgever in de artt. 58 en 59, lang niet altijd blijven bestaan. En het is zeker een billijke wensch, dat de wetgever bij een herziening hieraan zijn aandacht eens schenke.

Artikri. 60.

Eene na 1 Mei 1904 en vóór 15 October 1904 verleende vergunning voor den verkoop in eene voor het publiek toegankelijk»;

Sluiten