Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

le—3e lid. Waarschijnlijk heeft de wetgever het anders bedoeld, en daarom wijzen wij er op. Wil men het onderscheid houden tusschen vergunningen verleend door B. en W. en Ged. Staten, dan houde men bij de wijziging ook hiermede rekening. Maar nogmaals: het zou een groote verbetering zijn als het heele verschil in de drankwet verviel. De rechter heeft genoeg aan het onderscheid van localiteiten niet en wel voor het publiek toegankelijk: moet dit nu toch ook nagaan om misbruiken te kunnen keeren.

Artikei, 62.

Eene na I Mei en vóór 15 October 1904 verleende vergunning voor den verkoop in de localiteit van eene societeit, vervalt, behoudens intrekken of vroeger vervallen, met 1 Mei 1905. Eeno nieuwe vergunning wordt niet geweigerd op grond, dat het vast gestelde maximum is bereikt.

Dit artikel heeft de bedoeling van art. 60. Wat we daar over de terugwerkende kracht der wet schreven, geldt ook hier.

Artikel 63.

1. Hij, die op 1 Januari 1904 handel dreef in sterken drank alleen bij hoeveelheden van ten minste twee liter, kan daarmede doorgaan tot 1 Mei 1905.

2. Indien hij na 30 April 1905 sterken drank in het klein wenscht te verkoopen, dient hij binnen zes weken na 14 October 1904 overeenkomstig de bepalingen dezer wet een verzoek in om eene vergunning. Indien in de gemeente art. 1, tweede lid, van toepassing is, kan hem geene andere vergunning worden verleend dan die voor den verkoop, bedoeld aldaar bij letter b.

3. Deze vergunning wordt hem voor de localiteit, waarin hij op 1 Januari 1904 het bedrijf uitoefende, geweigerd, indien het vastgestelde maximum is bereikt en verder in de gevallen, vermeld in art. 8, eerste lid, nrs. 4, 5, 6, 9, 10—16 en 18, voor zooveel

Sluiten