Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en dan 75 pCt. er van nemen. Welk een regeling! Hier vooral blijkt, dat er maar één goede basis kan zijn : de winst van het bedrijf.

Het 8e lid van art. 63 geeft aan, wanneer een vergunning moet worden ingetrokken. Daarbij is, vreemd genoeg, niet vermeld art. 28, no. 8, zoodat van een bijzondere vergunning geen afstand kan worden gedaan.

Kan in de akte van een bijzondere vergunning wijziging worden gebracht? Kan zij overgeplaatst worden? Kan een verbouwing plaats vinden? Die vragen zijn zeer gewettigd en het antwoord niet gemakkelijk, want in het 9e lid van art. 63, bepalende in welk opzicht een bijzondere vergunning gelijk is aan een gewone vergunning, worden de artt. 25 en 27 der wet niet genoemd.

Eindelijk het 10de lid, door den heer Talma tijdens het debat over de wet saamgesteld. Ook hier een geduchte misgreep. Een Koninklijk besluit heeft uitgemaakt (6 Aug. 1906, Stbl. no. 217) dat deze bepaling alleen van toepassing kan zijn in een gemeente, waar geen splitsing is. In gemeenten, waar geen splitsing is, zijn de houders van bijzondere vergunningen dus in slechtere conditie. Zou men ook hierin geen wijziging brengen ? *)

De beste wijziging zou o. i. zijn, als kort en goed aan alle houders van bijzondere vergunningen onmiddellijk een volledige vergunning werd verleend. De verkoop van 2 tot 10 liter geeft geen broodwinning. Het is dan ook bekend, dat vaak de wet door hen overtreden wordt. A.ls het den autoriteiten er om te doen was een

') Ook hierover is in het in 1906 uitgebrachte Afdeelingsverslag over de begrooting van Binn. zaken geklaagd. Ten onrechte klaagde men toen over verkeerde toepassing der wet. De fout zit in de letter der wet.

Sluiten