Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«Ga nou na school jonges wasch eerst jullie

handen en doe je moeder geen verdriet an.»

Bram vertrok koppig-mokkend z'n mond, maar Japie was toch weer even getroffen en hij keerde zich nog

eens om naar z'n moeder.

« La we dan, » vleide hij, «la we dan voor één keertje.»

Doch de moeder schudde van née.

«Jullie blijft toch ook maar niet zoo weg van et

gewone, as-je zin heb' . ... »

«Da's wat anders,» protesteerde de jongen. «Dat moet 't zélfde weze,» bestrafte z'n moeder. «D'r mot zooveel,» kribde Japie, weer vast in z'n boos plan .... « dan weet ik ook wel wat, dat mot—» De moeder zuchtte, schouderophalend.

«Jullie moet 't zelf maar wete,» zei ze, zich weer kippig bukkend over 'r werk. Even telde ze de toertjes, want met dat gezeur van die jongens was er heelemaal

geen onthouden meer an en herhaalde «jullie

moet zelf maar wete, wat er van komt. t Is nou van mijn af ... . ik heb je gewaarschuwd .... Maar as vader

wat hoort van de Rebbe . . . .»

Geert had Lewietje mee naar 't keukentje, naast de kamer genomen, wilde z'n glimmend-beboterd snuitje wasschen. De jongen spartelde tegen, «'k kan

't best alleenig.»

«Jonge, maak me niet dol,» dreigde de meid.... «Kaik nou, kaik nou. ... je smeert je aige hoe langers hoe meer in.»

Sluiten