Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij sprak weer met z'n gewone, z'n natuurlijke zachtmoedigheid. Hij keek Japie aan en de jongen zag z'n oogen vol tranen.

«Rebbe» fluisterde hij, zelf nu ook vechtend met z'n tranen .... «we zijn erg gemeen geweest.... we hebben er spijt van.»

Hij vond 't natuurlijk, dat hij voor allen sprak en de anderen, doodstil, luisterden.

Da's goed.... da's goed, jongetje» antwoordde de Rebbe dof, mat. Even zweeg hij en vroeg dan met wat meer belangstelling .... Waarom dee-jij toch zoo.... 'k Ben-et van jou niet gewoon.»

«'t Was afgesproken» bekende de knaap zacht, de oogen neer, plukkend aan de knoopen van z'n bruin buisje.

«Wat-afgesproke .. . . waarom afgesproke?» vroeg de Rebbe ....

De jongen aarzelde toen .... zag de bankenrijen langs en dan begon hij uitteleggen, wat haperend.

«. Nou, ziet-u eris .... 't kwam zóó .... we wouwe vemiddag eris vrij hebbe .... maar moeder wou 't niet geve .... We moete ook altijd naar school.... zóó komme we uit et gewone.... dadelijk hier na toe en Zondags.... en Woensdag en in de vacantie» verdedigde hij nu warmer . ...« is et waar of niet Rebbe?»

«Wat wil je der an doen?» vroeg de oude .... 't is

altijd zoo geweest.» En geresigneerd zei hij erachter

«wat moet.... dat moet.... nou ....?»

Sluiten