Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BALLOTAGE.

De kinderen speelden, in den zonneschijn, in den fel-gloeienden namiddag-zonneschijn, die de zomerlucht van hitte dee trillen, achter het schuurtje van Jansje's vader, krottig turfschuurtje van zwart-geteerde plankenmuren. Mat-zilverig glansden, waar de zon er langs schampte, plekken in 't droog-doffe, oude zwart, de haarscheurtjes erin zilverend, als fijne adertjes, en onder de randen der over-springende planken kleurde 't stofbepoeierd spinnenweefsel in zwakke regenboogtinten.

Ze hadden 'n heelen plek, tot de sloot toe, die 'n stuntelig hekwerkje van groen-uitgeslagen latjes en staakjes afsloot. De sloot lag onder 't zonnebranden half-transparant, groezelig-grijs-groen , met op 't matte , stilstaande water, zwartige schaduw van twee vlierboomen, die, rijk in den knop, vlak voor 't hekje stonden, de scheeve kronen over 't water geheld. De plek van mul-rullen zandgrond, waar de* kinderen

Sluiten