Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

speelden, bleef zelf heelemaal onbeschaduwd, dor en kuilig, met maar hier en daar vereenzaamde grasbosjes en op 't vocht-koeler grondstrookje langs den slootkant, en heel-onder tegen 't schuurtje schriele paardeblommen en bloedarm speenkruid.

Er waren tien kleine meisjes bij mekaar, en Jansje, die gastvrouw was, op haar erfje ontving en gezegd had, dat ze strakkies allemaal 'n koppie water-en-melk zouën krijgen; misschien, als moeder 't geven wou, bedilde druk, bits-bazig soms, 't snoekig snapmondje geen oogenblik in rust, bepaalde de spelletjes, en waarschuwde met koddig-ouwelijken ernst voor klauteren op 't hekje en in de sloot tuimelen.

Ze had ze nu bijmekaar gehaald voor 'n spelletje in 'n kringetje en de handjes, slap-klam van de warmte, grepen mekaar vast. Lijfjes achterovergebogen, trokken ze met rukjes van gestrekte armen, den kring zoo wijd mogelijk, de vingertjes stevig-lenig ineenhakend. En ze gingen nu rondloopen op 't zeurig melodietje van * blauwe-blommetjes in de wei» Jansje-zelf was al binnen den kring gewipt, boorde met snel-nerveuse beweginkjes, 't eene voetje in 't zand, loerde, geheimzinnig-lachend aan 'r schortezoompje friemelend, den kring rond, wie ze kiezen zou en de anderen draaisjokten gedwee, dreunden gedachteloos 't overbekende deuntje, de oogen voortdurend gericht op Jansjes lachend gezichtje met de rondzoekende , heldere kijkers, 't Kiezen en gekozen worden was van 't tamelijk-saaie

Sluiten