Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gang, kirde ingehouden nerveuse proestlach, als ze mekaar kietelden, rolden ze stoeiend over-mekaar heen, dat de hangende randen van 't tafelkleed ervan opvlogen.

Ten slotte kregen ze daar toch ook genoeg van, en met roode, gloeiende gezichten, de haren verward, de koppen bezweet, kwamen ze weer onder de tafel vandaan gekropen, nalachend tegen elkaar om de pret, waar vader en moeder niets van gemerkt hadden, lekker, die 't stoeien onder tafel altijd verboden.

Doch al gauw kroop de verveling opnieuw in ze op, begon ze de duistere stilte te irriteeren, kregen ze 'n wrevele lust, nu eens zoo'n herrie te maken, dat vader en moeder ervan ontwaakten en dat regelmatige, suffe gesnork tenminste uit zou zijn. Maar ze durfden niet, klitten weer voor 't raam, keken naar de bevroren sloot en gaapten, de een na de ander, met wijde monden, dat hun oogen ervan traanden en ze er zelf om lachen moesten, met korte zenuwachtige grinnikjes, zonder vroolijkheid.

In de achterhuizen aan den overkant brandde allang licht, kleine, stille lampjes, die hier en daar in 't duister opgloorden .... maar de Sabbath duurde nog steeds.

Een van de jongens klom op 'n stoel, betuurde, z'n oogen scherp-loerend, de in 't zwarte donker verzonken wijzerplaat, klom weer af.

«Hoe lang nog?» vroegen ze gretig....

Sluiten