Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET ONBEGREPENE.

In 't brutaal rumoer van de zonnige speelplaats vol kinderen stond 't jongetje alleen. In 'n schaduwhoekje bij de stoep der linksche achter-deur stond hij en sleep er op den harden, arduinen rand z'n griffels, één voor één. Bedaardjes, met kleine, preciese streekjes sleep hij ze in lange, zacht afspitsende punten, nu en dan critisch ze beziend en hun scherpte beproevend op z'n bleek en spichtig vingertopje, en lei telkens als er een voltooid was, die keurigjes naast de andere in de houten doos, open neergezet op 't dichtstbije stoeptreedje, met voldoening beschouwend z'n eigen arbeid.

Nu en dan, onder 't aandachtig slijpen, keek hij om, maar dan dadelijk, gerustgesteld, weer voor zich. Hij zou nu wel met vreê gelaten worden, meende hij, de anderen waren druk in hun spel, letten niet op hem.

En telkens, als uit 't egaal geroezemoes 'n ruzietje opkraaide, met schelle kijfstemmen van meisjes, wier

Sluiten