Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

« kom Piet, vlug-an wat, niet zoo'n omhaal ....»«Lekker » kneuterde 't jongetje «nou hij ook eris

die groote Piet.... o zoo .... die praatjes-Piet.... voor den meester toch maar bang.... maar wat bang . ...»

De lijst was afgelezen en weer begon z'n buik

te bonsbeven, z'n handen te sidderen, kil-klam ineenen weer. Want nu was 'r niets meer, geen lijst-oplezen, dat hij nu waarnam te voren gevoeld te hebben als n dammetje tusschen zich-zelf en 't vreeselijke, dat in aantocht was, en nu wel dadelijk komen zou.

En z'n eerste afkeuring had-ie ook al beet en

de meester had alweer gezegd .... « o .... zit jij te suffen.»

"Werd 'r geen schoolgeld opgehaald? Ach nee, t was immers Dinsdag .... Kwam 'r vandaag geen één

te laat? Hè als nou eris ineenen de deur openging

en die dikke meneer van de commissie kwam, die laatst zoo vrindelijk tegen 'm was geweest.... dan was 't meteen uit met leeren.... omdat die meneer altoos maar vertellen en babbelen wou en dan mochten

ze zingen, wat ze wouën en overhard lachen

en de meester stond in 'n hoekie en keek zuur .... 't Jongetje glimlachte bij de herinnering .... en dat-ie de laatste keer tusschen die-meneer-z'n-knieën had gestaan voor de klas.... en 'm juist in z'n kleine oogjes had gekeken, achter z'n glimmende gouën bril.... kwam-ie nou maar weer. Maar er gebeurde

Sluiten