Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niets.... en de deur, waar 't jongetje verlangend z'n oogen op had, bleef gesloten.

In de klas werd nu een beetje geroezemoesd, voorgebabbeld over dat heerlijk-interessante verhaal van de Friezen-en-Batavieren. De meester met langzame, afgemeten bewegingen van saai-suffen schoolvos ging naar de ramen en liet, om de te gul binnenstroomende zon, de gordijnen zakken. Ratelend kletterden ze, een voor een, naar beneden, sloten de vroolijke zon buiten, namen 't blijë gouden licht weg. En dat dee 't jongetje nog bedroefder worden, z'n hartje nog zwaarder van beklemming. Want nu was de klas heelemaal 'n gevangenis, bond niets hem meer aan 't blije buiten, met 't paardje in de zonnige wei, met de lichte straten, waar nu de groote menschen liepen te wandelen, of 'r geen school was.

Wat leek 't nu duister hier binnen die gesloten gordijnen en wat kil ook voelde ineenen die schaduw, na de warme kieteling der zon. Hij huiverde erin. 't Blad van z'n bank, zoo even glanzend bruin in 't licht, was nu koud-blauwig overschaduwd met enkele matte, koele glimplekken en de inkt in z'n potje, waarin tevoren een lichtje als 'n sterretje had getinteld, dof zwart en groezel.

De meester was weer voor de klasse terug en beval op z'n kortaffe manier, met z'n droge stem: «stilte — boeken vóór....»

Blij-haastig legden ze nu allemaal 't nieuwe boekje

Sluiten