Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

z'n buik, in z'n keel nu ook; rimpelde rillend z'n voorhoofdshuid te zamen. Wat las Jaap goed .... heelemaal zonder fouten.

't Jongetje, in z'n wanhoop dacht even aan bidden

maar hij had, in den zin als hij 't nu behoefde; daarvan wèl gehoord .... doch 't niet geleerd.... Hij wist niet anders, dan de monotoon-opgedreunde, half gezongen Joodsche gebeden van allen-dag-weer-an, die hij niet begreep, omdat 'r, zelfs vertaald, allerlei rare, lange woorden in stonden, en waarin hij allerlei dingen te belijden kreeg, die hij heelemaal niet beleed. Bad-ie niet iederen morgen.... «en 'k dank U, Heer, dat Gij mij niet als vrouw deedt geboren worden ....» en toch was-ie eigenlijk veel liever 'n meisje geweest, omdat ze die meer met rust lieten op school. En Groote-Verzoendag .... vroeg-ie vergiffenis voor diefstal en moord — dingen, die hij toch heusch nooit gedaan had — en voor bloed-schande, waarvan hij maar niet wist, wat 't was, — óók zoo'n woord, dat je nooit hoorde —, zoodat hij na veel gepeins z'n denken maar had vastgezet op de overtuiging, dat 't beteekenen moest, iemand een bloedneus slaan of 'n gat-in-z'n-kop .... en dat had-ie nou wel's willen doen, maar toch nóóit gedaan.... En mistroostig bedacht hij, dat hij ook maar weer alleen mocht bidden, wat 'r in de boeken stond — niet als de anderen, die zeiën «heere dank, voor spijs en drank» leuk, net als 'n rijmpje —, en hij vreesde, dat God z'n vragen

Sluiten