Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om géén of 'n andere leesbeurt veel te gemeenzaam zou vinden en 'm kwalijk nemen.

Nee .... nee er was niets meer aan te doen.

Straks zou 't gebeuren .... zou hij ineenen komen te hokken voor dat woord, dien vreeselijken naam en moeten bekennen.... «meester, dat woord mag 'k niet zeggen.» Wat zouën ze 'm dan allemaal aankijken, de heele klas de meester

«Waarom niet?» zou-die dan vragen. En hij dan weer, want zóó was immers vaders bevel: «omdat 'k 'n Jood ben, meester ....»

Daar kwam nu ook 't verdriet bij van z'n kleine, povere ijdelheid z'n leesbeurt bedorven, z'n leesbeurt, waarop-ie zich gewoonlijk den dag te voren al verheugde.... omdat-ie zoo mooi las en daarvoor wel's 'n pluimpje kreeg van den meester. Ach, het was z'n vreugde, dat enkele tevredenheids-woordje, dat 'm voor 'n momentje zich de meerdere dee voelen van de anderen. Dat was nu ook weg....

Hevig schrok hij op. Niek van Roojen had al gelezen .... Onder 't gespannen kijken van den jongen krabbelde de meester wat in z'n cahier en dat gaf meteen 'n heel licht gedruisch van even-verademen, hoofd-wenden, verzitten-gaan in de bank. Uit een andere klasse dreunde 'n lijzig-gerekt.... do....

re mi.... droomerig in de stilte .... en ook sloeg

'r 'n deur open, ergens achter op de gang, luid schreien verscheurde even de schoolrust.... klompen-

Sluiten