Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in z'n frisch blank-en-rood jongensgezicht zachte grijsblauwe oogen. 'n Gewone, pretentielooze schooljongen, met wat slordigen pet achteloos achteruit-geschoven op z'n kortblond haar, in strakke blouse en kniebroek, de stevige kousenbeenen daar ferm stappend onderuit. Nelly geleek op 'm, maar haar nuffig-mooi gezichtje was fijner en haar oogen van 'n koel, hard blauw onder scherper-gelijnde brauwen. Ze voelde zich veel ouder en wereldwijzer vooral dan Theo, dien ze gewoon was te bedillen om z'n kleeren, z'n dassen en dikwijls inkt-bemorste handen.

«Je moet niet grof worden» zei ze in 'n eigenaardig nuffig-gereserveerd toontje van meisje dat haar overwicht voelt.... «en denk je soms dat 't mijn zaken niet zijn .... dat jij met zoo'n Jodin loopt.... Je lijkt wel mal.... of 'r niet genoeg anderen zijn . . . . » Theo antwoordde niet, begon zachtjes te fluiten, voortdurend speelsch-doend met z'n boeken en dat prikkelde Nel tot heftiger toon : « Kan-je geen antwoord

geven, zeg .... Ma is veel te goed, dat ze 't toelaat

als Pa 'r nog was, .... als Bert niet weg was .... je zou eris wat zien!»

«En wat zou je zien? Ik ben geen klein kind.... geen jongetje van de bewaarschool.... vraag jij soms aan Bert of je met Joop Reeder mag wandelen in den maneschijn .... omdat-ie nou student is ... . en handschoentjes draagt!»

«En geèn Jood is» vulde Nel, vinnig-haastig, aan,

8

Sluiten