Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«'t Kan 'm natuurlijk schelen» antwoordde Ru voor hem .... « nee zeg, ik zou 't niet begonnen zijn, maar als je nou eenmaal.... Wat zei Nel eigenlijk ?»

«Dat ze d'r uitlachten op school.... d'r ermee plaagden .... Til Wessels nog wèl .... en allemaal van dat gezanik.»

Z'n stem was schor-toornig, lam vond-ie 't, nou alweer erover te moeten praten.

«Je hebt zeker met 'r afgesproken voor straks ....?» raadde Frans.

«Ja . . . . ze is pas ziek geweest. Nou moet ze veel wandelen .... dan stuurt d'r ma haar met die ouwe Kee van hen.... die weet 'r alles van en die laat 'r dan alleen gaan ....

«Met 'n mèid» spotte Frans «waarom gaat ze niet met 'n vriendinnetje?»

«Die heeft ze immers niet» antwoordde hij, bitter en heftig .... «zij gaat niet om met die minne Jodenkinderen hier .... en hoe de anderen zijn, dat weetje

Til Wessels en Greet en die lieve Nel....»

Ze waren nu de stad uit en 'n eind al den landweg ingewandeld. Duisternis kwam langzaam aanzweven over de weiden .... in de verte pinkelden bleekjes, in breeden omzwaai, de lichten langs den spoordijk, flauw-geel in 't nog niet gansch verscheiden daglicht. Van héél uit de verte, waar avondrood al ontluisterd was tot onbestemd-getinte luchtvegen, kwam 'n trein aan .... fluitend zwak-hoorbaar maar scherp-schel . . . .;

Sluiten