Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cNou even bij Scheffers> zei Kee . ..., «dan breng ik je naar 't kerkpleintje.»

Ze spraken daar altijd af, Juultje en Theo, achter de groote kerk, die zoo'n beetje achteraf lag, dicht naar den weikant. Dan waren ze gauw buiten, liepen om tot den spoordijk, de breede, glooiende, begroeid van zacht en welig gras en daar gingen ze meestal dan zitten. Soms had Theo z'n teekenrommel bij zich, schetste 'n bijzonder mooi plekje, 'n molentje, broos in de verte en Juultje, bewonderend, keek naar zn handen, voelde geen andere behoefte dan stil bij 'm te zijn en "t worden van z'n werk gade te slaan.

Kee liep bij Scheffers in en Juultje bleef even wachten voor den winkel. Ze bekeek, stil neuriend daarbij om 't zich zoo gelukkig voelen, de zoet-gladde meisjeskopjes op de reclameplaten, die de etalage-kast versierden , en de kunst-gewrochten van rollen sago en pakjes meel, overboogd door 'n gewelf van sigarenkistjes, de randen tegeneen gesteund. Juultje vroeg zich af, hoe ze dat zoo in mekaar kregen. Twee groote stopflesschen vol sucade met op 't deksel slanke punten van geslepen kristal, flankeerden aan weerszijden dat kunstig bestel. Juultje kneep spelend 'r eene oog dicht, tuurde met 't andere naar de wazig-teere regenboogtinten , die de zon tooverde in 't helder kristal .... maar als Kee dan ineenen buiten kwam, werd ze zich haar kinderachtig doen plots bewust en 'n beetje beschaamdlachend, greep ze opnieuw den arm van de oude vrouw.

Sluiten