Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werd de stemming opgewonden-prikkelbaar, ruzietjes fel sloegen even op, zakten weer....

Ma trok eerst, groot-doend grijpend met onverschillig mondgetrek .... vouwde open .... niks .... «dóch-wel'oor . . . .» Woede-koelend tegen Hendriek, die vijandig grijnsde van 'r taboeretje af.... «mót-je lache Jodekind ....?»

't Werd Pietje hoe langer hoe benauwder. Won ze in-gosnaam maar niet.... ze most 't Racheltje dan geven .... 't was de stumper al zoo lang beloofd:. ...

« as de juffrouw wint.... nou hè maar niks zegge >

In steeds stijgend rumoer, om hèt briefje, dat koppig achterbleef in 't kluwebakje, plagerig, werd 't Pietjes beurt.... Oogen dicht.... met gelaten trekken, als iemand, die z'n lot een hoogere voorzienigheid in handen geeft, strekte Piet den arm uit.... greep .... zonder zien.... vouwde open.... duizelde.... och hemeltje, daar had-je 't. . .. daar stond 't.. .. 't fatale woord .... « ruggekusse ».

<Nou mensch», snaterde Ma, 't «jèfrouw» in de opwinding vergetend, tegen beduusd Pietje,.... «sèg dan wat, hê-je 't nou of hê-je 't niet ? >

Dikke Neel-van-de-bakker loerde over Pietjes schouder .... zag 't woord .... loom-verbaasde .... < nou, sèg, da's óók wat.... de juffrouw hèt 't....»

In 't stom-openmondsch mekaar aanstaren, begon Pietje wantrouwen te voelen; ze begreep, dat ze van valsch-doen verdacht giog worden.

Sluiten