Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevuld met den diep-rooden, den tintelenden, échten wijn, en gedekt met 'n stuk ongezuurd-brood.

Het was de symbolieke welkomstdrank — wijn — en spijs voor den Profeet, den Verlosser, die eenmaal zal komen en dan in dien plechtigen nacht, die den seider-dienst volgt, en 't arme, verstrooide volk verzamelen en meevoeren naar 't oude Moederland ....

't Gezin was, op de moeder na, al naar bed gegaan. En in de stilte, die daarna 't heele huis doorloomd had, klip-klepten zacht de pasjes van haar kouse-voeten in de gang, als ze nog even rondging om te zien of ieder en alles in huis zich wél bevond. Uit de open gangdeur kwam ze ook nog eens de warme kamer binnen, bleef even stil bij de tafel, verzette er gedachteloos wat wijnglazen, duwde werktuiglijk de schotel recht. Ze had de bandeau al afgezet, zoodat 't met 't kunstkapsel altijd stemmige gelaat nu vreemdwild was ompluisd van korte, grijzende krulletjes, aan de slapen haast wit.

Haar gezicht was ouwelijk, om den ingevallen mond, die de magere kin dee uitspitsen, en als ze in 'n wijden, vermoeiden geeuw de kaken vaneensperde, kwamen er de schaarsche, brokkelige, gele tanden te zien. Van de tafel weg, liep ze zacht naar de bedstee met half-gesloten deuren, die in 'n hoek der kamer den muur was ingebouwd, en trok de deuren n eindje vaneen. Ze stak haar hoofd 't warme, duistere holletje binnen en fluisterde «slaap-je-al.» Maar na even wachten

Sluiten