Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op 'n antwoord, dat niet kwam, sloot ze geruischloos de deuren tot vorigen stand, en stak 't nachtlicht aan, dat op 'n vaal-bruin kastje tusschen wat krantenrommel en 'n paar verschilferde gipsen herdertjes, klaarstond. Met langzame, stramme bewegingen beklauterde ze dan 'n stoel, die vlak bij de tafel stond, klemde voorzichtig 't teenen-rijtje van 'r eene voet tegen den rand, bukte zich naar de lamp, die ze, na enkele vergeefsche pogingen, telkens dan terugschrikkend voor hoog-opdansende vlam, met zwakke adempufjes van oud-vrouwtje, doofde.

Na moeizaam afklimmen verdween met zachte klakjes op de vloer de stap van haar kouse-voeten de kamer uit en daar werd 't nu dood-stil.

't Nachtlichtje op de kast, met z'n puntig drijfvlammetje, spreidde bleek, discreet schijnsel over 't kastje, waardoor de beide herdertjes in 'n stil-fantastische belichting kwamen te staan , en over 'n muurbrok van groezel-bruin behang er-achter. Onmerkbaar verliep daar 't lichte in 't donker-geblevene rondom, en zoo was ook 't tafelgedeelte dichtbij. De bruin-begroezelde wijnglazen daar bekwamen schampen van bleek-geel licht. Spokig-wit de stoel met z'n vreemde belading van beddekussens en dan verder alles donker, warm en donker, geheimzinnig, en daarin de geur, kaneeligzoet, van kruidenkooksel dat er gedronken was. Zacht tikte de klok, met doffe, klanklooze slingerslagjes.

Sluiten