Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't Kleine jongetje in z'n wit hansopje was op onzekere voetjes de kamer ingeloopen. Z'n gezichtje zag bleek, met groote oogen hij ook en de mond beefde, dat z'n tandjes klakkerden tegeneen

«Dolf,» riep 't zusje uit de bedstee, met gedempte stem ... . « kom je hier?»

«Ben je nog wakker?» vroeg 't ventje blij

«hè gelukkig dat je nog niet sliep.» Hij zweeg

even, bekende dan, naderkomend «ik was zoo bang boven 't waait er weer zoo zie je wil 'k

bij je komen ?»

«Ja, ja,» zei ze.... «dan mag je wel op mijn warme plek liggen .... ik wil wel achteran.»

«Hoeft niet,» wees 't jongetje af, edelmoedig. Dan klom hij de hooge bedstee in en 't zusje pakte m beet om z'n kortgeknipt bolletje en zoende hem, dat hij even er onthutst van was.

«Ik was óók zoo bang,» fluisterde ze ... . maar nou heelemaal niet meer, hoor.»

«Ik ook niet.»

Even kropen ze, koud geworden, diep onder t zoetkoesterende beddedek, knussend dicht bij elkaar, lagen even stil, maar klaar wakker, de oogen open, rustig

kijkend de kamer in.

Dan begon Roosje, fluisterend, in vastgewortelde vrees voor vader, die natuurlijk niet weten mocht, dat Dolf was weggeloopen uit z'n bed ....

«Zeg, hoe durfde je, hier te kommen?»

Sluiten