Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nagezien of geen knoopen ontbraken, zorgvuldig opwrijvend het goud van ankertjes en jekkerknoopen. Vaders blijde moed had ze allemaal wat gegeven en de vreugde van 't voorbereiden had ze een heerlijken dag bezorgd, als in lange zoo niet. Die dag was gauw genoeg voorbij, met ploeteren en uitpakken, met schikken en bekijken, aanmerken en weer veranderen.

Joop, de oudste broer, had de prijsjes geteekend, keurig op karton van oude doozen, met dikke potloodvegen , glimmerig-zwart-grijs en moeder had ze met groote steken op 't goed genaaid.

Vader zelf etaleerde en 's middags in opgewonden, vroolijken haast aten ze, want er moest afgemaakt en al duurde het lang, voor de altijd lichte zomeravond kwam, er moest voor lampen toch gezorgd, véél lampen, als, laat-avond, het koopen nog niet gedaan zou zijn.

En 's avonds had vader zelf, in z'n sjabbespak, plechtig-langzaam 't gordijn omhoog-getrokken.

Toen, na den eersten schok van 'n moment heerlijke verrassing, omdat ze even dachten, door opgewondenheid op iets ongedachts-groots voorbereid, dat die heele troep schreeuw-dringende boeren en boerinnen koopgragen waren, wedstrijdend wie 't eerst in t winkeltje zou zijn om 't mooiste te bemeesteren, hadden ze, ineens, begrepen dat er geen vroolijke kooplust, maar hatelijke moedwil was in 't lachkrijschen van opgeschoten lummels en frissche lolmeiden, hoorden ze, dof-dreigend,

Sluiten