Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

« Smousen . . . .»

Dat kon hij niet laten, maar daarmee vergenoegde hij zich dan. Joop, zwakke jongen, met z'n fijn-intelligent gelaat balde dan in woede-en-haat-opkoking de vuisten, nagels klemmend in 't vleesch, en Saartje, schuw, durfde

niets zeggen 't Was er mooi toch, in't zoet-riekende

gras-en-bloemenland, bij de rietpiassen, vol planten en leuke, kittig zwemmende beesten, van welke Joop, op z'n buik ervóór liggend en met den vinger 't vlugge beweeg volgend, allerlei aardigs vertelde ....

Tegen den avond kwam Saartje thuis en toen ze, schuchtertjes binnensluipend, geen ander geluid hoorde dan een zacht-eigenaardig mompelen uit de woonkamer, deed ze nog stiller en bleef, schuw, in de deur staan, want ze begreep, dat vader en de jongens het avondgebed lazen, 't gezicht in eerbied naar 1t Oosten en de voeten aaneen. Hun lippengeprevel ritselde zoo'n beetje door de schemering en achter de deur wachtte Saar, tot ze klaar zouden zijn, terwijl bepeinzend of ze gestraft zou worden voor 't vechten en de bemorste jurk.

Ze mócht niet vechten, maar Bram gaf haar gelijk, in stilte, want voor vader was hij bang. Zelf vocht hij maar wat vaak, kwam vader er achter, dan kreeg hij klappen, zoo groot als hij was.

Binnen hoorde ze nu 't drie passen achteruitloopen van vader en de jongens na 't gebed en ze zag 't vóór zich, hoe ze de voorgeschreven buiging-naar-'t-Oosten maakten en hun gebedboek sloten. Toen, zoetjes en

Sluiten